Hier kunt u verschillende items beschreven zien:

Na lezen van bovenstaande items weet u dat wij als asiel daar veel aandacht aan besteden en waarom wij dat doen.

Wat gebeurt er met de dieren in het asiel

Veel mensen hebben een vertekend beeld van hoe het asiel met moeilijk plaatsbare dieren omgaat. Vaak wordt gedacht dat wij dieren laten inslapen als er niet snel een nieuw baasje gevonden wordt. In ons asiel is dit echter NIET het geval. De enige reden waarom wij dieren laten inslapen is het optreden van ernstige medische problemen of, en dat komt eigenlijk alleen voor bij honden, onbehandelbare gedragsproblemen die een gevaar vormen voor mensen.
Zo kan het dus voorkomen dat dieren zeer lange tijd in ons asiel verblijven. Gedurende deze tijd wordt natuurlijk geprobeerd het voor de dieren zo aangenaam mogelijk te maken. Helaas kan een asiel, ook al is het een prachtige accommodatie, nooit een echte vervanging zijn voor een plaatsje bij een leuke baas.
U kunt de medewerkers van het asiel dan ook nauwelijks blijer maken dan door, mits het bij uw situatie past, ook eens te kiezen voor een van onze wat moeilijkere gasten...

Teken (ziekte van Lyme)

Teken zijn kleine geleedpotige (spinachtige) parasieten die ziekten op mens en dier kunnen overbrengen. Zij hebben bloed van mens of dier nodig om te overleven. Hiertoe bijten ze zich vast in de huid en zuigen zich vol met bloed. Teken komen algemeen voor in bossen, hoog gras of struiken. Zij wachten hangend aan het gebladerte op het passeren van mens of dier en laten zich dan vallen. Meestal is een tekenbeet net als een muggesteek alleen maar lastig, maar soms kunnen teken een ziekte overbrengen.

In Europa worden Lyme-ziekte, Frühsommer-Meningo-encephalitis, human granulocytic ehrlichiosis en fièvre boutonneuse door teken overgebracht. Lyme-ziekte is wereldwijd de vaakst voorkomende en in Nederland de enige ziekte die door teken wordt overgebracht. De kans om na een tekenbeet Lyme-ziekte te krijgen is klein. Teken dienen zo snel mogelijk te worden verwijderd om Lyme-ziekte te voorkomen.

Voor meer informatie over de ziekte van Lyme, teken en hoe ze te verwijderen zie:


Blaasgruis

Blaasgruis bestaat uit kleine steentjes of kristallen van struviet (ook wel magnesiumammoniumfosfaat of triplefosfaat) of Oxalaat (calciumoxalaat), die zich in de lagere urinewegen nestelen. De steentjes/kristallen kunnen in de blaas en urinebuis irritatie en een ontsteking veroorzaken. In ernstige gevallen kunnen ze de urinebuis zelfs verstoppen en hierdoor de urinestroom blokkeren. Katers zijn door hun nauwere urine buis gevoeliger voor een verstopping dan poezen.

De eerste tekenen die duiden op een ontsteking of een (gedeeltelijke) blokkade zijn ondermeer bloed bij de urine, vaak moeten plassen en/of persen bij het plassen (niet te verwarren met persen bij de ontlasting). De kat zit vaak veel langer dan normaal op de bak en het plassen is meestal erg pijnlijk.

Als uw kat (met name uw kater) deze verschijnselen vertoont, moet u zo snel mogelijk naar uw dierenarts. Als de urinestroom geheel wordt geblokkeerd, raakt de blaas overvol. Hierdoor kunnen de nieren de afvalstoffen niet langer uit het lichaam verwijderen en ontstaat er een ophoping van deze stoffen in het lichaam. Dit veroorzaakt lusteloosheid, verlies van eetlust, braken en algehele malaise.

Een verstopping van de urinebuis is een levensbedreigende situatie, waarbij een onmiddelijke behandeling door de dierenarts van het allergrootste belang is (SPOEDGEVAL!).

De dierenarts zal de verstopping opheffen en de blaas van de kat legen met behulp van een kleine catheter. In ernstige gevallen zal de kat hierna vocht toegediend krijgen om de opgehoopte afvalstoffen zo snel mogelijk uit het lichaam te verwijderen. Verder kan een antibioticakuur nodig zijn om een eventuele infectie te bestrijden. Meestal wordt ook een speciaal dieet voorgeschreven om herhaling van de problemen te voorkomen.
Blaasgruis is geen ziekte. Met het speciale dieetvoer dat u bij de dierenarts koopt, kan de kat net zo oud worden als een kat zonder blaasgruis.
N.B. Perzen maken vaker blaasgruis aan dan huis-tuin-keuken katten.

Nieraandoening

Chronische nieraandoeningen komen relatief vaak voor, zowel bij honden als bij katten. Chronisch wil zeggen dat de aandoening langdurig aanwezig is. Hoewel ook jonge dieren last kunnen hebben van hun nieren, komen nierproblemen het meest voor bij oudere dieren. U kunt uw huisdier dat aan een nieraandoening lijdt helpen door hem speciaal dieetvoer te geven.

Als het nier weefsel is aangetast, valt een deel van de nierfilters met bijbehorende nierbuisjes uit. De overgebleven nierfilters gaan extra hard werken om de taken over te nemen. Dat lukt in eerste instantie meestal goed. Pas als er te weinig gezond weefsel over is om de taken te vervullen, kunnen de nieren het niet meer bolwerken. Belangrijk is het om te weten dat uw huisdier pas verschijnselen gaat vertonen, wanneer 2/3 van de nierfunctie onherstelbaar verloren is.

Wanneer de nieren de afvalstoffen niet goed meer uit het bloed kunnen filteren, hopen deze stoffen zich op in het bloed. Dit kan verschillende klachten veroorzaken, zoals een slechte eetlust, gewichtsverlies, veel dorst en braken. Ook kunnen de nieren de urine niet meer goed concentreren. Dit leidt tot uitdroging en tot de productie van grote hoeveelheden sterk verdunde urine, waardoor het dier meer gaat drinken en veel en meer gaat plassen (ook 's nachts).

Uw dierenarts kan via een bloedonderzoek de nierfunctie controleren door de hoeveelheid afvalstoffen (met name ureum) in het bloed te meten. Genezing van het nierfalen is niet mogelijk, maar het juiste dieet kan de nieren helpen efficiënter te werken, de klachten helpen verminderen en de voortgang van de ziekte helpen vertragen.

Chippen / Amivedi

Alle honden en katten die vanuit het asiel geplaatst worden hebben een chip. Deze chip wordt met behulp van een injectiespuit in de nek onder het vel aangebracht. De dieren voelen hier niets van. Iedere chip heeft een uniek nummer. Dit nummer wordt, samen met de adresgegevens van de eigenaar, centraal geregistreerd.

Indien onverhoopt een huisdier wegloopt of verdwaalt, is er een flinke kans dat het uiteindelijk terechtkomt bij een dierenasiel of dierenarts. Zowel dierenasiels, dierenartsen als de dierenambulance beschikken over een afleesapparaat waarmee het nummer van de chip kan worden bepaald. Daarna is een telefoontje naar de centrale registratie-instantie voldoende om de adresgegevens van de eigenaar te achterhalen.

Tevens is er de stichting Amivedi. Deze stichting heeft als doel het registreren van informatie over vermiste en gevonden huisdieren, met als doel de dieren te verenigen met hun baasje. Indien een dier bij het dierenasiel wordt binnengebracht, wordt altijd Amivedi gebeld en de gegevens van het dier doorgegeven. Mocht u een huisdier vermissen, neem dan altijd contact op met Amivedi. Kijk ook eens op de website van Amivedi: http://www.amivedi.nl
Centraal Informatienummer 0900-2648334 of Zeist/Driebergen telefoonnummer 030-6911154.